steen in de vijver punt info
→ KAN DEMOCRATIE ZONDER KUNST?
 
 
Is kunst een voorwaarde voor democratie? Als dat zo is, dan is kunst meer dan een persoonlijke hobby en heeft ze juist daarom een wezenlijk publiek belang. Steen in de vijver wil onderzoeken wat kunst kan bijdragen aan onze hedendaagse samenleving. Deel onze missie, en denk mee!

→ bijdrage@steenindevijver.info
de krakelingnachttoespraak
Amsterdam, 28 maart 2013: ‘Krakeling, zijn wij als kunstsector niet teveel het contact met de maatschappij verloren?’. Het is een vraag die ook onder deze bijeenkomst voelbaar is en waar zelfverwijt in doorklinkt. Niet zo vreemd als je voortdurend te horen krijgt dàt je het contact met de maatschappij verloren bent. Dàt je in een ivoren toren zit. Het werd en wordt ons keer op keer verteld door de politiek. De politiek ja. Die sector waarvan gezegd wordt dat ze het contact met de maatschappij is verloren.

Het is niet zo dat alleen de kunst op miraculeuze wijze is afgedreven van de rest van de maatschappij. Wat er in de kunstwereld aan de hand is, is in de hele samenleving aan de hand. We zijn in ons privé leven geïndividualiseerd. Wij hebben ons in ons werk in gespecialiseerde domeinen met een eigen jargon terug getrokken. De publieke zaak hebben we aan de overheid en de vrije markt overgelaten. En daarbovenop is het crisis. Dat is de tijdgeest, de samenleving van nu. Waaraan kunstenaars zich niet zomaar kunnen onttrekken, net zo min als politici, als wetenschappers, als onderwijzers, als wie dan ook dat kan. Dus hebben kunstenaars in het bijzonder het contact met de maatschappij verloren? Nee. In kunstenaars zien we, net als in andere burgers, terug hoe we ervoor staan in dit land.

Zo gezien is het dus vrij logisch dat er weinig draagvlak is voor kunst als publiek belang. Nu kan de kunstsector zich helemaal overgeven aan die innige omhelzing met de tijdgeest en vanuit haar dwingende denkkader redenen verzinnen waarom kunst wèl met publiek geld gefinancierd zou moeten worden. Maar laten we een stap erbuiten zetten en formuleren wat kunst vanuit haar eigen wezen, en niet vanuit door de tijdgeest opgelegde waarden, kan bijdragen aan de samenleving van nu.

Steen in de Vijver is een kleine denktank die nadenkt over de vraag of kunst een voorwaarde is voor democratie. Als ik dat aan vrienden of bekenden vertel wordt hun blik vooral glazig bij het woord ‘democratie’. Alsof het een woord is zonder zeggingskracht. Zonder kleur. Zonder betekenis. Zonder ziel. Anderen uit de kunstsector, die zich al eens met het onderwerp hebben bezig gehouden zeggen zelfs; ‘ja ‘democratie’ dat hebben wij tien jaar geleden ook al eens geprobeerd’. Met andere woorden; dat is toen mislukt, gepasseerd station, niet hip, te pretentieus, werkt niet, niet economisch, loser material.

Even voor de duidelijkheid. Soms hoor je een politicus nog wel eens iets mompelen over kunst en democratie. Maar dan hebben ze het over kunst als kenmerk van democratie. ‘Wij zijn democratisch, dus we hebben kunst’. Daarmee bedoelen ze dat kunst een soort door de democratie voortgebracht luxe artikel is. Iets waar je van opknapt, in je democratische vrije tijd. Dat bedoelen we dus niet. Wij onderzoeken kunst als voorwaarde voor democratie.

En hoe meer we ons er mee bezig houden, hoe meer we ervan overtuigd raken dat die vraag ‘is kunst een voorwaarde voor democratie?’ een heel wezenlijke is. Niet een vraag waarop meteen een eenduidig antwoord is. Maar wèl een vraag die een nieuwe stroom van gedachten op gang brengt, waardoor nieuwe vragen loskomen, verbanden zichtbaar worden en mogelijkheden voor de toekomst geformuleerd kunnen worden. Om een voorbeeld te noemen: iemand van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen liet zich laatst negatief uit over het toetreden van kunstenaars tot die Akademie. ‘Wetenschappers hebben door ‘diepe specialisatie’ al moeite genoeg om elkaar te begrijpen’ stelde hij. Wat opvalt is dat ook deze sector blijkbaar moeite heeft te communiceren met elkaar en met de maatschappij. Maar wat als al die verschillende disciplines in staat zijn om stokpaardjes en jargon los te laten, en een begrijpelijke taal te ontwikkelen om samen over de samenleving te praten? Het kan niet anders of die gedeelde kennis levert nieuwe mogelijkheden op.

Voor ik verder ga één ding. We zijn bij de Steen niet bezig om kunst voor welke politieke agenda dan ook te spannen, dus zeker ook niet voor de democratische. Noch willen we kunstenaars een dwingende morele en ethische verantwoordelijkheid opleggen, alsof ze alle hedendaagse problemen op moeten lossen. Kunst is naar haar aard vrij. Maar wat ze ook doet, zich engageren, mooi zijn, autoritair zijn, shockeren, zich afwenden, toespreken, ordenen, ontregelen, vermaken, ze verhoudt zich altijd tot de wereld waarin ze zich manifesteert. En dat is in ons hier en nu een democratische wereld.

In die zin zijn de meeste makers dus allang bezig met het vitaal houden van de democratie. Ook toen wij als Mug-leden toetraden tot de Steen, realiseerden we ons dat de gesprekken die we op de Mug voeren, de voorstellingen die we maken, bijna altijd te maken hebben met de inrichting en het functioneren van onze democratische samenleving. Hoe komt het dat we dat zelf nooit zo benoemden? Dat bijna niemand in de kunstsector dat doet? Sterker nog; dat je een oubollige sukkel lijkt te zijn als je verwijst naar de relatie tussen kunst en democratie? Ik denk dat dat te maken heeft met het volgende. Als we praten over democratie hebben we alleen nog maar de staatsvorm in gedachten. Maar onder die democratische staatvorm, zou een vitale en welbegrepen democratische cultuur moeten liggen. Een cultuur waarin iedereen in z’n DNA heeft zitten dat het in ieders belang is om samen problemen op te lossen, samen een dynamisch publiek domein in te richten en samen na te denken over het algemeen belang op langere termijn. In plaats daarvan heeft een bureaucratische overheid die taak naar zich toegetrokken en zijn wij ons meer en meer gaan richten op ons korte-termijn eigen belang. We begrijpen democratie als cultuur niet wezenlijk meer. We zien haar als een soort uitheems gebruiksvoorwerp dat je in het historisch museum ziet hangen. Iets dat je kan bewonderen om zijn esthetische schoonheid, maar waarvan velen de concrete functie niet wezenlijk meer begrijpen. Het is op z’n minst opmerkelijk dat we hoogstwaarschijnlijk allemaal zullen vinden dat er vooralsnog geen betere samenlevingsvorm dan de democratische bestaat, en dat we tegelijkertijd glazig gaan kijken als iemand suggereert dat kunst misschien wel bij kan dragen aan het functioneren van die democratie. Opmerkelijk, maar als je kijkt naar de individualistische tijdgeest, ook begrijpelijk. De waarde van een levendige democratische cultuur is weggezakt uit de ervaringswereld en het bewustzijn. Dus ook uit dat van kunstenaars. Daarnaast is er op allerlei gebieden een crisis gaande. Niemand lijkt goed te weten hoe het verder moet. Waarom zou kunst in die benarde toestand waarin de democratie zich momenteel bevind, geen waardevolle bijdrage kunnen leveren? En waarom zou dat geen publiek belang zijn?

Steen in de Vijver cirkelt in haar gesprekken rond twee grondgedachten.
  • De eerste gaat als volgt: aan de basis van een democratische samenleving staat de constructieve uitwisseling tussen mensen, die samen zoeken naar een manier om het publieke deel van het leven vorm te geven. Om tot dergelijke uitwisselingen te komen is het niet toereikend als we elkaar alleen logisch of rationeel verstaan, maar we moeten elkaar ook simpelweg zien staan; we moeten elkaar ervaren in de meest letterlijke zin van het woord. Iets kunnen zien, horen of voelen zonder het direct en alleen op jezelf te betrekken, is niet een basisvaardigheid van elke mens. Het is het resultaat van een ‘sensorium’, een innerlijk gebied, dat heeft geleerd zich daarvoor open te stellen. De kunst ervaring biedt je de mogelijkheid om dat gebied te verruimen. Om je open te stellen en voor even iets te ervaren om wat het is, zonder het direct te moeten beoordelen of gebruiken. Zodat je iets dat vreemd is kan vertalen in iets dat eigen is. Op die manier versterkt het ervaren van kunst het emphatisch vermogen. Zoals ik eerder stelde, leven we in een tijd waarin de democratische ervaring, het gezamenlijk oplossen van problemen, bijna niet meer navoelbaar is. De rol van het emphatische zusje van de democratische ervaring, de kunst ervaring, zou daarin een belangrijke rol kunnen spelen.
     
  • De tweede grondgedachte gaat over de bevragende rol die de kunst kan spelen. Ons privéleven geven we, als goed getrainde individualisten, over het algemeen een dikke voldoende, maar over de samenleving als geheel maken we ons terechte zorgen. De verzorgingsstaat bijvoorbeeld wordt steeds duurder, terwijl het geld op is. Hoe gaat onze toekomst eruit zien? Wat moeten we doen? Wat moeten we laten? Welke kant moeten we op? De kunstenaar heeft natuurlijk niet de waarheid in pacht. Maar hij kan wel proberen op zijn eigen manier en met zijn eigen middelen, bij te dragen aan een visie op die samenleving van de toekomst. Natuurlijk zijn de journalistiek, de wetenschap en de politiek ook terreinen waarop men zich bezighoudt met het bevragen van de maatschappij. Wat is de toegevoegde waarde van kunst dan? Kunst is, als het goed is, vrij. En heeft de verbeelding tot haar beschikking waarmee ze makkelijker uit gebaande paden kan treden. Ze zit niet vast aan wetenschappelijke methoden, juridische constructies of politieke agenda’s. Ze is het ongrijpbare zusje van alle andere bestaande onderzoek domeinen en zou eventueel door haar eigenzinnige karakter misschien wel op goeie ideeën kunnen komen. Niks is zeker. Maar zolang we überhaupt niet zeker weten waarom we hier op aarde zijn, lijkt me dat een verwaarloosbaar detail.
Steen in de Vijver is opgericht omdat we ons door de denigrerende toon rond de bezuinigingen van 2010, realiseerden dat er in de wereld om ons heen bijna geen draagvlak meer is voor kunst. Dan is het tijd om je niet alleen meer via kunst, maar ook direct met die wereld bezig te houden. We wilden daarbij uitdrukkelijk niet langer meer praten binnen de aannames en dus het jargon dat ons nu al jarenlang door de politiek wordt opgedrongen.

Ook vonden we het zonde dat de kunstsector zo versnipperd reageerde. Het eerste protest op de bezuinigingen was hevig maar erg kort. Daarna werden er op diverse plekken en door diverse groeperingen debatten over het onderwerp geïnitieerd, maar de uitkomst daarvan verdampte eigenlijk waar je bij stond. Niemand maakte verslagen, niemand verzamelde de belangrijkste bevindingen, niemand probeerde die bevindingen te integreren in een groter verhaal en niemand probeerde dat grotere verhaal te delen met anderen. Op die manier begin je steeds opnieuw. Ook, daar zijn we tijdens ons eigen eerste publieke gesprek achter gekomen, willen we vaak te veel en te snel. Veel gasten, zodat het niet saai wordt. Van diverse pluimage, zodat het niet saai wordt. En graag al boter bij de vis, na één gesprek. Voordat het saai wordt. Ook merken we dat we ons best moeten doen om begrijpelijk te zijn. Zodat we elkaar verstaan en ook toegankelijk zijn voor mensen van buiten de sector. Als je het over maatschappelijk draagvlak hebt, is dat wel een eerste vereiste.

De vraag ‘is kunst een voorwaarde voor democratie?’ is niet alleen een inspirerende vraag voor de kunstsector zelf. Het is ook een goed uitgangspunt om een gedegen inhoudelijk verhaal op te bouwen waarmee je draagvlak kan winnen. Een verhaal waarmee je de boer op kan. Of dat nou gebeurt door mensen uit de kunstsector zelf, of door ambassadeurs van buiten.

Bij de Steen zijn we, ondanks ons enthousiasme, al in een wat lagere versnelling gegaan. Want voor wat we willen bereiken is er geen snelle makkelijke route. Het is een onderzoek dat misschien lang gaat duren en dat nogal wat geduld en vindingrijkheid vereist. Het zou goed zijn als we de opbrengst van soortgelijke initiatieven in het land, met elkaar zouden kunnen delen en samenvoegen in een groter verhaal. We hebben een website opgezet om die bijdragen te verzamelen. En we hopen in gesprek te gaan met inspirerende mensen uit andere disciplines. Of de uitkomst te horen van andere groepen die met elkaar in gesprek zijn. En we hopen bovenal dat kunstenaars die niet van praten houden en die zich liever focussen op hun werk, dat vooral met veel passie blijven doen.